• A. Grieks
  • B. Latijn
  • C. Etruskisch
  • D. Aramees

💡 Hulp nodig?

Deze taal is de basis van moderne talen zoals Italiaans, Spaans, Frans, Portugees en Roemeens. Ze wordt vandaag nog gebruikt in wetenschappelijke namen en in de rooms-katholieke kerk.

✅ Bekijk het antwoord

Het juiste antwoord is B. Latijn.

Latijn was de dagelijkse voertaal van het oude Rome en verspreidde zich met het Romeinse Rijk over een groot deel van Europa en het Middellandse Zeegebied. Bestuur, wetgeving en het leger draaiden allemaal op deze taal.

Grieks (A) was zeker aanwezig en werd door veel geleerden gesproken, maar het was niet de gewone voertaal van Rome zelf. Etruskisch © werd gesproken door een volk dat vóór de Romeinen invloedrijk was in de regio, maar verdween al vroeg uit gebruik. Aramees (D) was een belangrijke taal in het Nabije Oosten, niet in Rome.

📚 Meer achtergrondinformatie

Latijn is een van de meest invloedrijke talen uit de geschiedenis, en dat merk je nog dagelijks. Uit het Latijn zijn de Romaanse talen ontstaan: Italiaans, Spaans, Frans, Portugees en Roemeens. Wie een van die talen leert, herkent al snel gedeelde woorden en grammaticapatronen die teruggaan op dezelfde oorsprong.

Er wordt vaak onderscheid gemaakt tussen “klassiek Latijn” (de verzorgde, geschreven taal van redenaars en schrijvers) en “vulgair Latijn”, de spreektaal van het gewone volk. Juist dat gesproken Latijn, met al zijn regionale variaties, vormde de basis waaruit de moderne Romaanse talen groeiden. Didactisch materiaal van de Universiteit Leiden wijst erop dat Latijn in de tijd dat het nog levend was ook als vreemde taal werd aangeleerd om te kunnen spreken, net zoals wij nu Engels of Frans leren.

Grieks speelt ook een rol in dit verhaal. Veel Romeinen uit de hogere kringen spraken zowel Latijn als Grieks, en in het oostelijke deel van het Rijk bleef Grieks zelfs de dominante taal. Begrijpelijk dus dat antwoord A verleidelijk kan zijn, maar de gewone voertaal van de stad Rome zelf was Latijn.

En Latijn is nooit helemaal verdwenen. Het leeft voort in wetenschappelijke soortnamen voor planten en dieren, in juridische uitdrukkingen, in medische terminologie en in de rooms-katholieke kerk, waar het nog altijd een officiële status heeft.